Kennisnet.nl Digischool.nl Vakcommunities VO

VO Economie

Praktische opdrachten

fragment van het beeldmerk van DNB Waar voor je geld - over inflatie en monetair beleid
De praktische opdracht ‘Waar voor je geld’ is bedoeld voor de bovenbouw van de HAVO. Onderwerp van de opdracht is het voeren van een juist monetair beleid waardoor de inflatie in de hand wordt gehouden. De opdracht bestaat uit een leerlingenboekje en een docentenhandleiding, die beide gratis zijn. Via deze pagina zijn nog meer praktische opdrachten van De Nederlandsche Bank te vinden!

fragment van het beeldmerk van Stepnet Stepnet
Op Stepnet vindt u actuele en aansprekende praktische opdrachten voor bijna alle tweedefasevakken. Stepnet is een project van ThiemeMeulenhoff, gebaseerd op web based learning. Het gebruik van Stepnet is gratis voor docenten en leerlingen.

95x66 De economie van de vee- en vleessector
Moet je een werkstuk of praktische opdracht voor economie maken? Kies dan de vee- en vleessector als onderwerp. Dit is namelijk een zeer boeiende sector van de Nederlandse economie met een bijzondere vraag- en aanbodwerking. En met een grote verscheidenheid aan bedrijven, bedrijvigheid en markt- en prijsmechanismen. De bedrijfskolom verschilt van diersoort tot diersoort. De varkensvleesketen steekt anders in elkaar dan de kalfsvleesketen of de schapen- of vleesstierensector. Datzelfde geldt voor de prijsvorming. Die is op de veemarkt anders dan bij een leveringscontract met een slachterij of in de termijnhandel in vee. En bij kalveren anders dan bij varkens. Bij de economie van de vee- en vleessector draait het om veel meer dan alleen 'de varkenscyclus'.

Praktische opdracht over akkerbouw
Als eerste (agrarische) sector heeft de Nederlandse akkerbouw dossiers op internet gezet waarmee leerlingen in de tweede fase van havo en vwo profielwerkstukken en praktische opdrachten kunnen maken. De docentenhandleiding is alleen toegankelijk voor community-leden.

OndernemenIetsVoorMij.nl Ondernemen, iets voor mij?!
Ondernemenietsvoormij is een speciaal onderwijsproject over ondernemerschap voor leerlingen en docenten uit de Tweede Fase van het HAVO en VWO. De leerlingen maken in dit project op een praktische manier kennis met het ondernemen. Zij gaan actief aan de slag binnen en buiten de klas. In kleine projectgroepen gaan zij op zoek naar de drijfveren van de ondernemer en de geheimen van een goede onderneming. Zij worden uitgedaagd om zelf initiatieven te nemen, erop uit te trekken en creatief problemen aan te pakken.

Ook los van deze wedstrijd is het een mooie opdracht om mee te werken. Het materiaal bestaat uit een leerlingboekje en een beoordelingsmodel.

Fragment van porseleinen bord met VOC-beeldmerk Specerijenhandel, de glorie van Rotterdam
In NRC van 31 maart 1999 staat een uitgebreid artikel door Jan Gerritsen met bovenstaande titel, dat een startpunt zou kunnen zijn voor een praktische opdracht of profielwerkstuk voor Economie, Management & Organisatie, Geschiedenis en/of Aardrijkskunde.

In het artikel komen o.a. aan de orde:

  • de Vereenigde Oostindische Compagnie;
  • de bedrijfskolom van de specerijenhandel en de geschiedenis daarvan;
  • een aantal grote Rotterdamse bedrijven in deze bedrijfstak, maar ook een bedrijf uit Papendrecht;
  • gegevens van het C.B.S.;
  • monopolie en concurrentie;
  • de verplaatsing van de handel van Amsterdam naar Rotterdam;
  • just-in-time levering;
  • internationale handel;
  • een verwijzing naar een artikel in het tijdschrift The Economist.
Leerlingen uit Rotterdam of Papendrecht zouden misschien met een van die bedrijven in contact kunnen komen en daar aanvullende informatie verzamelen.

De gegevens die de auteur bij het CBS verkregen heeft, zouden bij dezelfde bron kunnen worden aangevuld.

De oorzaak van de concentratie van de bedrijfstak in Rotterdam zou kunnen worden onderzocht.

Kortom, het artikel biedt talloze ideeen voor een goede probleemstelling en een flinke hoeveelheid materiaal voor een eerste uitwerking daarvan.

bron: Willem de Zwijger College, Papendrecht
De glorie van Rotterdam (artikel uit NRC Handelsblad)

Werkstukpakket: Vestigingsplaats Duitsland - Duitsland als vestigingsplaats voor internationale ondernemingen
Duitsland is een economische wereldmacht. Veel internationale bedrijven vestigen zich hier. Hun aanwezigheid is erg belangrijk voor de economie; zij zorgen voor handel en werkgelegenheid. Duitsland ziet graag dat hoofdkantoren van multinationals en productiebedrijven zich in het land vestigen. De concurrentiestrijd met andere Europese landen om investeerders is groot. Binnen Duitsland vechten de verschillende regio's om de vestiging van grote bedrijven. Sommige regio's als Beieren zijn hierin heel succesvol, andere delen van het land, zoals het oosten, gaat het slechter af. Wat zijn de voorwaarden voor een bedrijf om zich in (een bepaald deel van) Duitsland te vestigen?

Werkstukpakket: Máxima's microkrediet - Investering of ontwikkelingshulp?
De verenigde naties heeft 2005 uitgeroepen tot het jaar van het microkrediet. Prinses Máxima was adviseur voor dit VN jaar van het Microkrediet. Wist jij dat microkrediet een kleine lening is die voornamelijk aan vrouwen wordt gegeven? Waarom is dit microkrediet zo belangrijk en hoe werkt het eigenlijk? Welk effect heeft het op de economie van een land? Is de bestaande ontwikkelingshulp niet goed genoeg?

Werkstukpakket: Innovatie en industrialisatie - Waarom industrialiseerde Europa eerder dan de rest van de wereld?
Eens een voorwerp te verzinnen waarvoor dit niet het geval is! Fabrieken bestaan pas sinds de industriële revolutie en dan te bedenken dat de ontwikkeling daarvan ongeveer 230 jaar geleden in Engeland is begonnen. Sindsdien is onze wereld ingrijpend en onherkenbaar veranderd. Wat waren de oorzaken van de industriële revolutie? Wat waren de economische en de sociale gevolgen? Waarom ontstond de industriële revolutie eigenlijk in Europa en bijvoorbeeld niet in Azië? En hoe komt het dat er in sommige economieën telkens weer nieuwe technologieën verzonnen worden en in andere economieën niet? Dit zijn vragen waar je met behulp van dit werkstukpakket een antwoord op kunt vinden.

Werkstukpakket: Duitse Autoindustrie
Regelmatig hoor je in het nieuws over ontslagen in de auto-industrie. In West-Europese landen worden fabrieken gesloten, waarna de productie wordt ondergebracht in zogenaamde lagelonenlanden. Deze ontwikkeling is één van de vele die op dit moment in de dynamische autosector plaatsvinden.

Werkstukpakket: MVO
Klanten willen geen producten kopen van bedrijven die de omgeving vervuilen of die hun werknemers slecht behandelen. Ook werknemers zelf vinden het niet fijn om in zulke bedrijven te werken. Het beleid wat een organisatie voert om deze punten te verbeteren wordt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) genoemd.

Werkstukpakket: Supermarktoorlog
We kennen ze allemaal: De ‘bonusmiles’ van Albert Heijn, de ‘geen fratsen’ campagne van C1000 en de ’spaaracties’ van Super de Boer. Deze marketingcampagnes lijken in eerste instantie onschuldig, maar eigenlijk zijn het oorlogstrategieën om te overleven. Door middel van deze strategieen willen supermarkten namelijk klanten terugwinnen, die eerder door concurrenten zijn weggekaapt. De supermarktoorlog ging in oktober 2003 van start toen het supermarktconcern Albert Heijn radicaal zijn prijzen verlaagde. Andere supermarktketens konden niet achterblijven, waardoor de welbekende prijzenoorlog ontstond. Ook in 2006, woedt de oorlog nog steeds voort en proberen supermarktketens zich te differentieren door; prijs- cadeau- en productacties uit te voeren. De spaarkaart van vroeger is er niets bij; de wapens zijn tegenwoordig moderner, nieuwer en luxer!

Werkstukpakket: Akkerbouw
Wie de Nederlandse akkerbouw van nu vergelijkt met die van dertig jaar geleden, ziet zeer grote veranderingen. Ook in de nabije toekomst kan er veel veranderen. Er wordt onderzoek gedaan naar nieuwe gewassen, niet alleen voor voedsel, maar ook als grondstof voor elektriciteitscentrales en biobrandstof en in bioplastic en medicijnen. De akkerbouwers zijn hier al volop mee bezig. Op hun eigen bedrijf hebben de akkerbouwers in de afgelopen jaren de milieubelasting fors weten te verminderen. Het uitgangspunt is duurzame, milieuvriendelijke productie.

Werkstukpakket: Offshoring
Verplaatsing van bedrijfsprocessen naar landen met lagere lonen wordt offshoring genoemd. Dit is niet altijd zichtbaar voor de klant; wist jij bijvoorbeeld dat de ABN-AMRO bank bepaalde transacties laat uitvoeren in India?! Dit offshoren doen westerse ondernemingen om meerdere redenen. Het belangrijkste motief is kostenvermindering; de loonkosten van een Indiase werknemer zijn 10% van een werknemer in Nederland die hetzelfde werk doet! Andere redenen voor offshoring zijn de grote aantallen hoogopgeleide en gekwalificeerde werknemers in landen zoals India, het veroveren van nieuwe afzetmarkten, het voorblijven van je concurrenten en het profiteren van gunstige regelgeving elders op de wereld. In principe is dit proces van offshoring gunstig voor de consument: als de productiekosten omlaag gaan zullen de prijzen uiteindelijk ook dalen, terwijl de kwaliteit gelijk blijft of zelfs toeneemt door het inzetten van goed opgeleid personeel! Toch kent offshoring ook een keerzijde; het verplaatsen van werkzaamheden naar lagelonenlanden kost mensen hier in Nederland hun baan. Een recent onderzoeksrapport ‘Visie op verplaatsing’ schat dat jaarlijks ongeveer 9.000 banen door bedrijfsverplaatsingen uit Nederland verdwijnen en men verwacht dat dit alleen maar zal toenemen. Hierdoor ontstaat een maatschappelijke discussie of offshoring nu echt wel zo goed is voor de Nederlandse economie. Daarbij gaat offshoring ook regelmatig mis; bedrijven onderschatten dat samenwerken met mensen uit een andere cultuur niet altijd eenvoudig is. Zo kunnen het spreken van verschillende talen en verschillende normen, waarden en gebruiken soms tot aardig wat problemen leiden.

Werkstukpakket: Achterlandverbindingen
Nederland is een relatief klein land. Dit kleine land is op de wereldmarkt echter wel een belangrijke speler. Dit komt onder andere doordat wij zowel veel importeren uit het buitenland als veel exporteren naar het buitenland. In dat importeren en exporteren spelen de diverse (lucht)havens een grote rol. De grootste luchthaven in Nederland is Schiphol en de grootste haven is de zeehaven van Rotterdam. Essentieel voor het voortbestaan en succes van zowel Schiphol als Rotterdam zijn de achterlandverbindingen. Dit zijn de verbindingen met de bestemming van de in de (lucht)haven aangekomen goederen. Rotterdam en Schiphol kun je zien als twee grote economische motoren. Zij zorgen voor veel werkgelegenheid en leveren een substantiële bijdrage aan het Bruto Nationaal Product. Om deze motoren optimaal draaiende te houden is de kwaliteit van de achterlandverbindingen van groot belang. Het is voor de beide havens ten slotte niet alleen van belang dat zij veel goederen kunnen ontvangen, maar ook dat deze goederen op een efficiënte manier kunnen worden door getransporteerd.

Werkstukpakket: Reisbureaus op internet
Tegenwoordig bieden steeds meer reisorganisaties hun diensten via internet aan. De omzet via internet stijgt nog steeds explosief, en dat is voor veel reisbureaus en touroperators reden om internet als (nieuw) verkoopkanaal te kiezen. Er zijn zelfs bedrijven die puur via internet hun diensten aan de man brengen. Wanneer een bedrijf iets verkoopt via internet, veelal via een webshop of webwinkel, dan noemen we dat e-commerce. Tegenwoordig gebruikt zo’n 30% van de mensen het internet om hun reis te boeken. Veruit de meeste reisbureaus bieden mogelijkheden om via een webwinkel reizen te bekijken en ook direct te boeken. De Nederlandse omzet van via internet verkochte reizen is ongeveer 500 miljoen euro per jaar (2003); geen enkele andere bedrijfstak kan dit evenaren. Als je zelf op internet gaat kijken bij de verschillende reisbureaus, dan zul je zien dat er grote verschillen zijn tussen de webwinkels. Het uiterlijk, de mogelijkheden en de gebruikersvriendelijkheid zijn in grote mate bepalend voor het succes van een webwinkel. Je kunt hierbij denken aan de manier waarop je kunt zoeken naar een reis (wil je zoeken op vertrekdatum, reisbestemming of maximale prijs). Daarnaast is het belangrijk dat duidelijk is tot wie je je kunt wenden bij problemen voor, tijdens en na de reis. Ook zijn de betalingsmogelijkheden belangrijk (bijvoorbeeld met een creditcard, of via een eenmalige overboeking / machtiging). Het is dus interessant om te onderzoeken wat de bepalende succesfactoren zijn voor een webwinkel die reizen aanbiedt, en om te onderzoeken in hoeverre een webwinkel alle functies van een traditioneel reisbureau kan overnemen.

Werkstukpakket: Wachttijdenmanagement
Mensen hebben tegenwoordig weinig tijd en het laatste wat ze willen is kostbare tijd besteden aan wachten. Dit betekent dat je hier als bedrijf op moet inspelen. Als je klanten niet tevreden zijn over je service, dan gaan ze de volgende keer wel naar de concurrent. Wachttijden komen overal voor. Er zijn gigantische lange wachttijden in de gezondheidszorg, lange wachttijden voor de kassa in de supermarkt, telefonische wachttijden, vertragingen in het openbaar vervoer, in de rij voor een attractie bij de Efteling. Er zijn eigenlijk twee soorten wachttijd. De objectieve wachttijd, de tijd dat je echt aan het wachten bent, en de subjectieve wachttijd. Dit laatste is hoe lang de wachttijd wordt ervaren. Misschien hoef je soms maar 5 minuten te wachten maar als je haast hebt, kan dat een eeuwigheid lijken. Als bedrijf kan je soms makkelijk wat aan de wachttijd doen. Een nieuwe kassa open gooien, extra treinen inzetten etc. Daar moet je echter wel de capaciteit voor hebben. Als een vliegtuig vertraging heeft, kan je niet snel even voor een andere zorgen. Om deze reden heeft Schiphol in de vertrekhal allemaal winkels geopend. De mensen vervelen zich niet tijdens het wachten, en het levert nog geld op ook! Verschillende soorten bedrijven moeten verschillende soorten wachttijdenmanagement toepassen. Een telefooncentrale probeert de mensen vaak vrolijk te houden door een muziekje af te spelen. Niet voor alle bedrijven is het even belangrijk om een korte wachttijd te hebben. De 112 alarmcentrale heeft (als het goed is) geen wachttijd terwijl het bij de supermarkt normaler is dat je niet direct geholpen wordt.

Werkstukpakket: Marketingstrategieën
Bij de aanschaf van nieuwe schoenen kijken jongeren niet alleen naar de prijs en of ze er wel stoer uitzien. Veel consumenten laten zich tegewoordig steeds meer leiden door de symbolische betekenis van een merk. Maar wat is een merk nu eigenlijk? Soms wordt een merk gedefinieerd als een naam, term, teken, symbool of ontwerp of een combinatie hiervan waardoor producten of diensten van een bepaalde aanbieder te herkennen zijn en onderscheiden kunnen worden van die van de concurrent. Volgens deze definitie is een merk dus het logo op je kleding, de merknaam van je schoenen, de verpakking etc. Maar eigenlijk omvat een merk meer. Ten eerste kan je denken aan de uiterlijke kenmerken van het product, maar wat daarnaast ook belangrijk is zijn de voordelen die het gebruik van het product je oplevert. Als laatste straalt een merk ook persoonlijkheid uit. De persoonlijkheid van een merk wordt waargenomen door de klant. Het gaat erom hoe jij het product ziet en waarneemt; het imago van het product. Hoe consumenten een bepaald product waarnemen wordt beïnvloed door middel van tv-reclames en advertenties maar ook door de prijs die gevraagd wordt en de plaats waar je het product kan kopen. In de marketing theorie worden deze bepalende factoren ook wel de vier Ps of marketing mix genoemd (product, promotie, prijs en plaats). Een statussymbool zoals een Ferrari is lang niet zo exclusief en luxe meer als deze op elke hoek van de straat te koop is en slechts de helft kost!!

Werkstukpakket: Microsoft versus de EU
Microsoft moet aan de Europese Unie een kleine 500 miljoen euro boete betalen. Terwijl Microsoft hoopte er met een waarschuwing vanaf te komen. De wetten van de Europese mededingsautoriteiten stellen dat bedrijven die misbruik maken van hun macht, dat andere bedrijven daardoor benadeeld worden, eens onder de loep genomen moeten worden. De werking van de vrije markt komt in gevaar en de Europese Commissie wil dit voorkomen. Omdat Microsoft geen ruimte gaf aan overige bedrijven, werden de wetten van de mededingingsautoriteiten grof overtreden, en dat liet Europa niet zomaar gebeuren. Om dit te voorkomen houdt Microsoft zich veel bezig met lobbypraktijken. Veel geld wordt besteed aan de creatie van grote netwerken om de bedrijven heen, zo proberen de bedrijven invloed te verkrijgen via personen die wel eens belangrijk voor ze zouden kunnen zijn zoals; bestuurders, politici, opinion-leaders. Overheden, in dit geval de Europese Commissie, proberen op hun beurt burgers ofwel de consumenten te beschermen. Voor beide partijen zijn de netwerken van groot belang, als je de juiste personen op de juiste posities binnen een bedrijf of overheid kent kun je dingen gedaan krijgen. Overheden en bedrijven kunnen niet met en zonder elkaar. Bedrijven zien het liefst de markt vrij bewegen met een minimale vorm van overheidsbemoeienis. Terwijl overheden zich genoodzaakt zien in te grijpen in bepaalde situaties. In dit werkstuk kun de perspectieven van zowel Microsoft als de Europese Unie belichten in de veelbesproken rechtszaak, en als je er echt in wilt verdiepen kan je onderzoek doen naar theorieën over lobbyen en netwerken.

Werkstukpakket: Toneelspel in organisaties
De vriendelijke glimlach op het gezicht van de ober in het restaurant en zijn chagrijn achter de klapdeuren van de keuken is een goed voorbeeld van het verschil tussen ‘wat een organisatie de buitenwereld wil doen geloven’ en ‘hoe het er achter de schermen aan toegaat’. De presentatie naar buiten staat soms haaks op de achterliggende praktijk. Zo blijkt dat mensen in organisaties verschillende rollen spelen die sterk kunnen verschillen per situatie. In de vergadering is men formeel en beleefd, in de wandelgangen informeel en soms grof-in-de-mond. Door kritisch te observeren, de façade scherp te beschrijven en misschien ook een kijkje achter de schermen te nemen, krijg je een beeld van dit georganiseerde rollenspel, van wat zich op het toneel afspeelt en wat achter de schermen en in de kleedruimtes. Het lijkt van groot belang te zijn om te weten wat er achter de schermen van een organisatie plaatsvindt: consumenten worden voor de gek gehouden én sommige organisaties brengen zich ‘achter de muur’ in grote problemen. (Je zou in je profielwerkstuk dus kunnen aangeven hoe een organisatie beter zou kunnen functioneren).

Werkstukpakket: Globalisering
Over de hele wereld drinken mensen Coca Cola, lopen mensen op Nike gympen en eten mensen een Big Mac van de McDonalds. Dit komt omdat het steeds makkelijker wordt voor een bedrijf om zich in het buitenland te vestigen. Dankzij de technologische revolutie en de komst van het internet is de wereld kleiner geworden. Hierdoor is het makkelijker om zaken met buitenlandse partners te doen, zonder daarvoor het vliegtuig in te hoeven stappen. Ook verdwijnen in veel landen steeds meer regels m.b.t bijvoorbeeld invoerrechten en heffingen op geïmporteerde producten. Kijk bijvoorbeeld maar naar Europa en de EU. Dit maakt het ook makkelijker om in andere landen je producten te gaan verkopen. Maar is dit voor alle partijen voordelig? Tegenstanders van de globalisering zeggen bijvoorbeeld dat de cultuur van een land verloren kan gaan door zoveel buitenlandse producten. Ook zeggen ze dat de economische verschillen tussen rijke en arme landen groter worden. Voorstanders van de globalisering zeggen op hun beurt dat het goed is dat kennis wereldwijd verspreid wordt. Mensen over de hele wereld kunnen nu een mobieltje kopen, niet alleen mensen uit het land waar de mobiele telefoon ontwikkeld is. Ook is is het mogelijk dat als twee landen handel drijven, zij hier allebei voordeel bij hebben. Maar is globalisering nou dus goed of niet?

Werkstukpakket: Boerderijen zonder boer

Elk jaar stopt een groot aantal Nederlandse boeren met hun bedrijf. Vaak gaan ze met pensioen en blijven in hun boerderij wonen. In veel gevallen echter, gebruiken ze de vrijgekomen ruimte in stallen of andere bijgebouwen voor nieuwe bedrijfjes. Deze ‘nieuwe plattelandsbedrijven’ zijn overal in Nederland te zien: caravanstallingen, ‘bed&breakfasts’, maneges en autohandels vormen een steeds groter deel van de rurale (=plattelands)economie. Als de boer echt vertrekt, vestigen stedelingen zich graag in de voormalige boerderij. Zij zoeken de rust en de natuur op.



Werkstukpakket: Luchtvaarteconomie
Komt er nu wel of niet een nieuwe luchthaven in de Noordzee? Of wordt het nieuwe Schiphol in 2030 aangelegd op het dak van het inmiddels volledig overkoepelde Rotterdam? De luchtvaartmaatschappijen, de milieubeweging, bewonersverenigingen, politici, burgers en niet in de laatste plaats economen, volgen nauwgezet de discussie rond de uitbreiding van Schiphol. In de luchtvaart valt veel geld te verdienen. Maar een vliegtuig de lucht in sturen is ook verschrikkelijk duur. Een half leeg vliegtuig kost een luchtvaartmaatschappij dus veel geld. Daarom spelen er in de luchtvaart hele interessante bedrijfseconomische problemen rond winstmaximalisatie. Maar ook algemene economische problemen, zoals de vragen rond de uitbreiding van Schiphol, leveren interessante stof op voor een profielwerkstuk.

Werkstukpakket: Het lerarentekort
In Nederland wordt er veel waarde aan gehecht dat leerlingen gewoon naar school kunnen gaan. De laatste jaren leidt een tekort aan personeel in het onderwijs er toe dat klassen worden samengevoegd, lessen uitvallen of leerlingen bijvoorbeeld op woensdag helemaal geen les meer krijgen. Het lerarentekort is dus een groot probleem. De vooruitzichten zijn niet best. Veel leraren lopen tegen hun pensioen aan en de komende jaren zijn er dus nog meer nieuwe leraren nodig. Het beroep ‘leraar’ lijkt er ondertussen niet populairder op te worden. De status van het beroep is gedaald, en er zijn veel klachten over de relatief magere salarissen en de hoge werkdruk. Zou het zover komen dat na de ziekenhuizen ook de scholen wachtlijsten moeten gaan hanteren?Als je je verdiept in dit onderwerp leer je de ins en outs van één van de belangrijkste politiek-bestuurlijke vraagstukken van deze tijd.

Werkstukpakket: Management & Organisatie
Een goede manager ben je niet zomaar. Om dat te worden, heb je een soort mix nodig van kennis, vaardigheden, karakter, mentaliteit en ervaring.  Ten tijde van economische groei en bloei kon het niet op, managementfuncties schoten als paddestoelen uit de grond. Als het minder goed gaat met de economie, moeten de managers, aan wie successen zijn toegeschreven, het ontgelden. Is deze kritiek terecht en zo ja, waarom en wat is daaraan te doen? Hele interessante vragen! Zeker is in elk geval dat alle organisaties, van welke soort dan ook, niet kunnen bestaan zonder mensen die risico’s, initiatief en verantwoordelijkheid durven nemen en die anderen op een goede manier leiding geven. Managers dus.

Werkstukpakket: Digitale informatie
Digitale informatie is informatie die in digitale vorm is opgeslagen en alleen met behulp van computer hard- en software kan worden gemaakt, verspreid en geraadpleegd. De toename van diverse electronische media heeft er toe geleid dat er diverse projecten zijn gestart om informatieverlenende organisaties, zoals bibliotheken, uitgeverijen en zelfs het onderwijs, digitaal te maken. Zo is in 2001 de Digitale Universiteit gestart, een samenwerkingsverband tussen diverse hogescholen en universiteiten.
Er zijn verschillende media om digitale informatie beschikbaar te stellen. Eén daarvan is het e-book. Om een oordeel te kunnen geven over het e-book moet je eerst weten welke mogelijkheden er zijn om een e-book te gebruiken. Zowel het Internet als een bezoek aan een bibliotheek of een uitgeverij kan je hier meer over vertellen. Een bezoek is daarnaast ook handig om te vragen wat de ervaringen zijn met het e-book.


Werkstukpakket: Evenementen organiseren
Aan het organiseren van een evenement zijn een aantal eisen verbonden. Regelmatig resulteren evenementen of andere projecten in een mislukking omdat de financiering niet rond komt, deadlines of kwaliteitsniveaus niet worden gehaald, budgetten worden overschreden of communicatieproblemen de samenwerking dusdanig verstoren dat het project moet worden afgeblazen. Het professioneel managen van een evenement kan veel van deze problemen voorkomen en ervoor zorgen dat kwalitatief hoogwaardige evenementen en projecten efficiënt worden opgezet. Daardoor kan snel en flexibel worden ingespeeld op vragen uit de interne en externe omgeving van de organisatie.

Werkstukpakket: Een (bij)baan
Een op de twee middelbare scholieren heeft een bijbaantje. Van de twaalfjarigen werkt 22 procent en bij zeventienjarigen is dit percentage opgelopen tot 68 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Instituut Voor Budgetonderzoek.
Je hebt geld nodig om leuke, nuttige en of noodzakelijke “dingen” te kunnen kopen. Bijna iedereen moet werken voor zijn geld. Als scholier of student kan je naast je opleiding een bijbaantje hebben en “later” zal je waarschijnlijk ook fulltime of parttime gaan werken. Bij een (bij)baan komt meer kijken dan alleen het loon dat je ermee verdient. Als je wilt gaan werken of al werkt zal je toch met een aantal zaken rekening moeten houden.

Werkstukpakket: Woningbouwcorporaties
In de tijd dat de woningbouwcorporaties opgericht werden, hadden zij als taak om het huisvestingsbeleid van de overheid uit te voeren. Tegenwoordig hebben ze een hele andere taak. Ze staan nu veel meer los van de overheid, ze zijn verzelfstandigd. Dat heeft als gevolg dat ze hun aanbod gaan afstemmen op wat de consument wil. Behalve woningen gaan woningbouwcorporaties bijvoorbeeld ook diensten leveren, zoals zorgpakketten voor ouderen, verzekeringen of onderhoud. Ze zijn dus commerciëler ingesteld dan vroeger. Dat is nodig omdat ze veel minder subsidie van de overheid krijgen en omdat de concurrentie met koopwoningen groter is geworden. Woningbouwcorporaties dragen nog steeds verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de lagere inkomensklasse. Er wordt dus van corporaties een behoorlijke vindingrijkheid gevraagd om dit alles te realiseren.

Werkstukpakket: Files in Nederland
Mensen lopen, fietsen, rijden, varen en vliegen. Zij maken telkens opnieuw een keuze uit het grote aanbod van mogelijkheden. Aan het begin van de 21e eeuw zijn we mobieler dan ooit: we willen vaker reizen en verder weg, en we willen ook allerlei producten uit verre landen, maar ook die moeten dan naar Nederland vervoerd worden. Naast de grote voordelen van mobiliteit zijn er ook nadelen. Mobiliteit en transport hebben grote invloed op veiligheid en leefbaarheid: auto-ongelukken moeten worden tegengegaan door stoplichten en goede wegen, maar overal wegen aanleggen maakt het landschap wel vol. Bovendien moeten Nederlanders belasting betalen voor de aanleg van deze wegen. Bij de afweging tussen de voor- en nadelen moet de minister rekening houden met het welzijn van alle Nederlanders. De aanleg van meer wegen zal het leefgenot niet vergroten, maar de files wekken juist ook weer ergernis op. Tegelijkertijd wordt de economie beperkt in haar groei, doordat vrachtwagens lang in de file staan, en producten niet overal op tijd naar toe kunnen worden gebracht. Dit kost bedrijven veel geld.
Uitbreiding van mogelijkheden in de mobiliteit is dus een taak die op het bord van de overheid ligt, maar wie moet hiervoor gaan betalen?

Werkstukpakket: Telewerken
Telewerkers zijn productiever dan mensen die de hele week op kantoor werken. Dat blijkt uit een experiment dat bij drie organisaties in Drenthe is gehouden.
Eén op de vier IT’ers kan momenteel al telewerken. Vooral de toenemende files zitten de IT’ers dwars. FNV bondgenoten noemt het opvallend dat vooral mannen aangeven dat ze (meer) thuis willen werken. Werkgevers kunnen niet meer direct controleren of de werknemer wel aan het werk is. Alleen het eindresultaat valt te beoordelen. Werknemers die telewerken krijgen veel meer vrijheid om hun tijd zelf in te plannen en winnen daardoor veel tijd die anders verloren zou zijn gegaan aan vervoer. Technische oplossingen zijn nodig om alle aspecten van de huidige manier van communicatie ook mogelijk te maken voor virtuele communicatie. Kosten kunnen bespaard worden door een veel kleiner kantoor te bouwen. Er werken immers minder werknemers in het kantoor zelf.
Misschien hoef jij, als je afgestudeerd bent, nooit naar kantoor!

Volbreed
© Kennisnet | Disclaimer | Over ons | Privacy | Contact